Verslagen over Ghana

Ghana
Toegevoegd door Henk Jan v.d. Broek op 01-01-2010 16:34:38

Hamale – Wechiau hippo sanctuary, Ghana

aan de Ghanese kant staat een grote poort en alle formaliteiten zitten dicht bij elkaar. We geven het carnet af en lopen met de paspoorten naar de politie om ons stempel te halen. Ik zweet peentjes, want toen we het visa kregen in Bamako had de ambassadeur een fout gemaakt met de datum. Van 3 december heeft hij toen 18 gemaakt en ik heb het even later veranderd in 28 december... Als ze hier nu maar geen computersysteem hebben. Tijdens het invullen staat de TV aan en is er een spellingsprogramma op TV. In Ghana is alles weer Engels en dus kunnen we het volgen. We kletsen wat over het programma en als we (godzijdank) zonder problemen zijn geregistreerd, lopen we terug naar de douane post. Henk en Iris regelen het carnet. Het duurt minstens anderhalf uur... Roderick en ik blijven buiten en kletsen wat met een andere official. Boor ondertussen heeft een heleboel bekijks en wanneer ik hem er even uit laat om te plassen, stuiven ze weg. Wanneer het al donker is, rijden we zuidwaarts. We parkeren langs een landweggetje en net wanneer we bezig zijn met de voorbereidingen voor het eten, komt de eerste al. Meteen daarna worden we omringd door wel veertig mensen: vrouwen, baby’s, mannen, kinderen. Ze hebben de grootste lol. Na het eten zijn ze allemaal weer weg en drinken we nog een borreltje en gaan slapen.

De volgende morgen zijn we nog maar net op, of er staan weer horden om ons heen. Iris en ik maken zogenaamd foto’s van elkaar, maar er staan eigenlijk heel veel lokalen op... Nadat alles ingeladen is, komt de meneer die ons het eerst zag, dit vertelde hij aan iedereen, met ontzettend grote Yams aan. Die gaan we ook nog maar even proberen. Na heel wat zwaaien gaan we er vandoor richting Wa. We willen naar Wechiau, waar een nijlpaarden oord is.

In Wa is het een drukte van belang. De open riolen in het zonnetje ruiken hier niet naar bloementjes... We stoppen bij een bank om te pinnen. Hier kan het niet en we rijden door naar een andere bank. Hier kan het wel. Helaas staan wij een beetje aso geparkeerd en moeten we doorrijden. We besluiten alvast verderop te keren. We rijden de witte landrover tegemoet en zwaaien naar de Total om te tanken. Henk tankt, diesel 60 eurocent de liter, terwijl ik aan de straat sta te kijken of ik ze al zie. Geen spoor te bekennen. Zijn we ze weer kwijt?

We besluiten uiteindelijk door te rijden, ze weten waar we heengaan en daar te wachten. Wanneer we eenmaal bij het nijlpaardencentrum zijn, komen ze na tien minuten aan. Ze hadden net voor de Total een lekke band gehad. Ze hoorden van iedereen dat die rare rode truck met enge hond al vijftien minuten vertrokken was.

Bij de ingang van het park besluiten we een nacht te blijven en morgenochtend de nijlpaarden te bekijken. Met ons rijdt een gids mee en dus ga ik achterin zitten. Het ritje is een beetje hobbelig en ik houd mijn hart vast wanneer ik takken langs het dak hoor schrapen.

Eenmaal bij de lodge zetten we de Daf neer en koken. Eerst moet ik nog even een lading zout uit de container vegen. Een grote pot zout is opengegaan en het zout zit nu echt overal. Na het eten gaan we vroeg naar bed. We gaan morgenochtend vroeg met een bootje nijlpaarden spotten in de black volta rivier.

Wechiau hippo sanctuary, Ghana

we staan om zes uur op en eten een bammetje en drinken een kopje koffie. Om zeven uur gaan we op pad. Het is een half uurtje lopen naar de rivier. Eenmaal bij de rivier moeten we even wachten op de meneer met de peddel...
Eenmaal in het bootje hoeven we niet ver. Bij een grote steen in de rivier zitten ongeveer 5 á 6 nijlpaarden. Ze zijn volledig onder water, alleen hun oortjes en neus steekt boven het wateroppervlak. We blijven anderhalf uur rondhangen en kletsen ook met andere toeristen die hetzelfde tochtje doen.

Als we terug zijn plakken we de band van Roderick en kijken zijn coleman lamp na. De band was nog te redden, de lamp helaas niet meer. Vanavond willen we onder een klamboe een tukje doen onder de sterren binnen het park. Het is dan mogelijk om nijlpaarden en vogels te spotten en misschien zelfs aapjes, ben benieuwd...

Wechiau, hippo sanctuary,Ghana

We besluiten de Daf te laten staan en klimmen achterin bij iris en Roderick. Boor zit er ook nog bij, dus het is een drukke boel. Na een klein half uurtje bereiken we de boomhut. We laden de spullen uit en de gids helpt ons met de bedden en de muskietennetten. Het platform is een beetje in slechte staat. Zo ligt er een grote steen op een rotte plank en kunnen we niet leunen tegen de balustrade, want dan flikker je er van af...Henk en ik hebben het minimale meegenomen, water, slaapzak en een rol koekjes, pindakaas, chocopasta en brood. Iris en Roderick daarentegen zijn er met hun auto en halen de benzinebrander te voorschijn en warmen knakworsten op. Met wat mayo en ketchup smaakt het als vanouds!

Hierna koelt het al snel af en kruip ik op het dunne matrasje onder de dekens. De rest volgt ietsje later. Een half uur lang strompelt Boor rond op het platform. Hij kan zijn draai niet vinden en gaat uiteindelijk bovenop me liggen door het muskietennet heen. Ik wil ook graag slapen, dus ik duw hem van me af en trek het net omhoog, zodat hij er bij kan liggen. Meteen gaat meneer tussenin liggen, rolt zich op om er vervolgens de hele nacht lekker te snurken. We slapen slecht die nacht. Veel vissers op de rivier halen hun netten binnen en dit gaat gepaard met het nodige gekakel. Ook hoor je veel sprinkhanen, vogels en ik weet het allemaal niet, maar geen nijlpaarden of apen helaas. Het matrasje is te dun en het is stiekem erg koud.

’s Morgens zijn Henk en ik dan ook blij dat Boor tussenin ligt en het is vechten geblazen tegen wie hij aan mag kruipen.

Om een uur of negen rijden we terug naar de Daf. Pakken de spullen in en vertrekken richting Mole National Park.

Savannah lodge, Larabanga, Ghana

Na een ‘dikke’ dag rijden, komen we aan in Larabanga. Dit is een klein dorp voor het National Park. In elke gids lees je dat Larabanga zelf niet zo interessant is en veel gezeur is. We besluiten dan ook door te rijden naar het Mole Park, want daar is het Mole Motel mèt zwembad. Helaas mogen we er niet heen, want het ligt in het park en in het park mogen geen honden...

We besluiten terug te rijden naar de Salia brothers/ annex Savannah Lodge. De dame die ons tegemoet komt is een zeer mooie verschijning. De vraagt of we haar niet gezien hadden op de heenweg (ze was toen druk aan het gebaren dat we daar heen moesten) we gaven toe dat we haar gezien hadden, maar het park toch eerst wilden proberen. We vragen wat het verblijf per nacht kost en dit is 10 cedi. Ongeveer 5 euro per nacht, we besluiten hier te blijven en zetten meteen ABBA op met happy new year. Galmen met zijn alle mee en koken en drinken een fikse borrel ondertussen. Het is immers oudjaarsavond en dan zitten we helaas niet aan het zwembad, lol zullen we hebben! Tijdens het koken komt Hossein Salia langs en maakt een gezellig praatje. We maken Yams en we doen het niet goed... Hij vertelt hoe het moet en het smaakt goddelijk! Hierna hebben we chocolade mousse toe en doen we de vaat. Om de tijd te ‘doden’ tot twaalf uur kijken we een film:’Coraline’. Hierna is het twaalf uur en Henk ontkurkt zijn flesje champagne. We zetten weer keihard ABBA op (bij gebrek aan iets anders) en al gauw komen andere gasten ons gelukkig nieuwjaar wensen. Het zijn allemaal mensen (Polen/ Duitsers) die vrijwilligerswerk doen voor allerlei stichtingen, kerken.
Na een uurtje kletsen taaien Henk en ik ook af, man wat is het laat!

De volgende morgen hebben we een langzame start en Henk en ik besluiten die dag klusjes te doen aan en rond de Daf. Je kan nl al om zeven uur ’s morgens een safari doen in het park en het is niet heel goedkoop, dus we willen de volgende dag gaan. Iris en Roderick gaan wel vandaag en stappen achterop een moto en zijn de hele middag onder de panne.

Henk en ik hebben ondertussen die dag de Daf schoongemaakt, fietsen nagekeken, wasje gedaan, gespeeld met alle kinderen van Hossein en hebben het naar ons zin. Het schijnt dat Hussein, zoals hij later vertelt wanneer we met zijn ‘dongel’ internetten, dat hij heel veel projecten opgezet heeft. Vijftien jaar geleden heeft hij met zijn tweelingbroer een project opgezet om de ‘Guinea worm’ uit het drinkwater te krijgen. Dit is een worm die als larve in het water zit, groeit in je lichaam en er op een gegeven moment uit wil, via de huid van je voet of been. Dit is erg pijnlijk. Dit doel hebben ze al behaald en nu hebben ze een school en een weeshuis opgezet. Hussein was ook net terug uit Nederland waar hij een netwerk probeert op te bouwen. Ook krijgt hij veel vrijwilligers op school vanuit Nederland. Wij zijn zeer onder de indrukl van het werk van deze tweeling mannen (wel grappig de één heet Saddam en de ander Hussein). Hussein vertelt ook dat hij twee kinderen heeft: één meid en één jongen, maar hierna maakt hij een sussend gebaar. Later blijkt waarom. Wanneer Titi zijn dochter gezellig komt kletsen en een spelletje doen, komt er een jongen bijstaan, dit is haar broer, maar de volgende vijf zijn ook haar broers. Hussein neemt dus weeskinderen in zijn gezin op en maakt geen onderscheid, geweldig om te zien.

’s Avonds eten we bij Hussein. Henk eet FUFU, dit is gekookte en daarna gestampte Yam, met hierbij een soepje van pinda’s. Hij eet zijn vingers erbij op. Ik bestel rijst met groenten. Ook dit is erg lekker. Die avond blijven we nog even hangen en kletsen en maken grapjes voornamelijk met de kinderen. We gaan niet te laat naar bed, want de fietsen zijn gereed en morgen staan we ongeveer half zes op om om zeven uur op safari te gaan!

De volgende ochtend zijn we erg vroeg op en we pakken onze rugzakken in. Henk met de foto spullen en ik met de flessen water, insectenspul etc. We stappen op de mountainbike’s en jongens wat valt het mij tegen. Henk gaat soepeltjes ervandoor en ik heb het idee dat na vijf minuten de blaren al op mijn billen staan, mijn benen zijn verzuurd en mijn hoofd uit elkaar knalt, misschien toch eens stoppen met roken en wat aan de conditie doen?

Bij de ingang betalen we 10 cedi per persoon en mogen we doorfietsen naar het informatiepunt. Hier krijgen we met nog zeven anderen een gids toegewezen. In eerste instantie komt de gids nors over, maar het is een zeer vriendelijke man. Hij vertelt veel over het park en Henk en ik gaan al zachtjes kletsend met hem voorop lopen. Na een half uurtje lopen zien we een oude olifant, een mannetje. We staan zeer dichtbij. In de tijd dat we met Christopher oplopen (drie uurtjes) zien we van alles. Verschillende vogels, krokodillen, olifanten, apen, bavaianen, antilopes etc. Kortom: het is geweldig.

Eenmaal terug betalen we en fietsen we door naar het Mole Motel. We nemen hier een Engels ontbijt, compleet met worst en al. Henk is tijdens het eten alleen maar aan het stralen:’worst!’.

Na dit heerlijk, zware ontbijt fietsen we terug. We laten Boor uit en zetten de foto’s op de computer. Binnen no time staan ale kinderen weer om ons heen te springen. Ze spelen met Boor en kijken geïnteresseerd naar de foto’s. Om een uur of drie/ half vier gaan Henk en ik terug naar het Mole Motel om te kijken bij de waterbron en er te eten. We laten Boor in vertrouwde handen achter bij Iris en Roderick.

Eenmaal daar raken we in gesprek met een Belgisch koppel, een Amsterdams koppel en een koppel uit Londen. Het is erg gezellig en we kletsen heel wat af. Om een uur of negen fietsen we terug. We hebben geen licht op de fiets, alleen een hoofdlampje. De weg is onverhard en het is al pikkedonker. Henk rijdt voorop en ik volg. Drie keer komt er een auto voorbij, waarop wij stil staan in de kant met onze lampjes naar achteren schijnend. Dit is nog niet het ergst... Het stof van de auto’s verblindt je gewoon. Gelukkig halen we de Daf zonder kleerscheuren en liggen we moe, vies, maar voldaan in bed.

De volgende morgen hebben we een redelijk late start en maken we alles gereed om te vertrekken. We nemen uitgebried afschied van iedereen en rijden richting Baobeng Monkey sanctuary. Dit ligt tussen twee dorpen in, waar ze de apen vereren en zoeodende zijn ze hier niet uitgeroeid.

Het eerste stuk weg is erg fijn zand en veel wasbord. We rijden toch lekker door en halen de 75 km per uur. Op een gegeven moment is het asfalt en kunnen we nog iets gas bijgeven. In de stad voor het park is een bord met watervallen erop. Iris en ik springen eruit en willen wel even kijken of hier ook gekampeerd kan worden. De mannen bij het loket verwijzen ons door naar een meneer binnen het park en we lopen door. We vragen of we veen rond mogen kijken, dit mag. Na hooguit tien minuten zijn we terug en is de meneer van achter het loket over de rooie. We moeten betalen, want we zijn erin geweest. Ik leg de situatie geërgerd uit en zeg er met klem achteraan dat ik geen reet betaal. En dus ook niet blijf kamperen. Helaas we rijden verder. In de stad pinnen we en kopen we heerlijk rijpe mango’s en een ananas. We rijden de stad uit en zoeken een plekje om wild te kamperen na een half uurtje zoeken hebben we het gevonden. Henk maakt heerlijke groentenprut met pindasaus en rijst en het is smikkelen geblazen!

Het koelt hier snel af, en dus kruipen we lekker in ons huisje en typ ik nu dit verhaaltje en liggen Henk en Boor al heerlijk te snurken. Morgen gaan we vroeg op pad naar het Buabeng Monkey Sanctuary, welterusten!

Buabeng Monkey sanctuary, Buabeng, Ghana

We staan bijtijds op en genieten van een lekkere dampened kop koffie. Vanmorgen was het in ons huisje maar 19 graden! Erg koud, weer even wennen. Ook is het buiten allemaal een beetje vochtig. Na een boterhammetje met de koe die lacht (smeerkaas, La Vache qui rit) stappen we in en rijden richting Buabeng. Onderweg stoppen we om even inkopen te doen. We kopen brood en tomaatjes. Henk en ik gaan een stukje verder staan, waar we wat rustiger staan. Ik kijk naar links en zie nog meer blanken.

Één komt op ons afgelopen, blijkt het een jongen te zijn waar we in Larabanga al eerder mee hebben gekletst. Hij doet hier missionariswerk. Hij geeft drie dagen per week computerles en de rest helpt hij met bouwen van een school, een huis voor gasten. We worden uitgenodigd voor koffie en Henk en ik stappen meteen uit. De ‘father’ van deze gemeenschap is een Pool die hier al twintig jaar actief is, hij is zeer vriendelijk en is een rijke bron van informatie. Het is erg mooi om te zien wat voor werk ze doen. Na nog twee kopjes koffie gaan we echt richting het sanctuary.

Na een klein uurtje rijden zijn we er en parkeren we bij een mooi uitziende camping/lodge. We stappen uit en betalen voor de nacht en voor een tour met gids. Het is nu half één en een goede tijd om apen te spotten is rond een uur of drie. We spreken af om drie uur en eten lekker een boterhammetje (het is hier geen stokbrood meer, maar compact zoet witbrood...).

Ik maak nog even de zonnepanelen schoon, die zaten van de vorige nacht helemaal onder de vleermuizenpoep, agressief spulletje...

Om drie uur staan we helemaal klaar en in vol ornaat vertrekken we. Nog geen vijf stappen verder zien we de eerste apen al. We lopen door het sanctuary heen en kijken onze ogen uit. Er zijn enorme bomen, zeer indrukwekkend. Al snel komen we bij een andere troep apen en natuurlijk zetten we die ook op de foto.

Na twee uurtjes wandelen en genieten, nemen we snel een douchje en koken een lekker prutje met ananas, aubergine, kool en Henk neemt er rijst bij (met echt de aller- allerlaatste sambal badjak...snik) en ik frituur Yams. We eten gezellig saampjes (Iris en Roderick zijn uit eten) en genieten even van elkaar. We doen gauw de vaat en gaan door. Henk maakt een praatje met andere gasten en ik trek me even terug om een spelletje te doen op de computer en een berichtje te typen. Morgenochtend gaan we nog even wandelen en dan door naar Kumasi.

Buabeng Monckey sanctuary – Kumasi, Ghana

Henk staat extra vroeg op en maakt nog een wandeling door het bos. Ik ben ook al wakker en zet een kopje koffie voor mezelf. Ik ga buiten op het trapje zitten en leg Boor aan de lijn aan de Daf. Er komen veel mensen langs om water te pompen en even stiekem, nou ja stiekem... uitgebreid te gluren naar Boris. Na zo’n twee uurtjes is Henk terug en heeft ontzettend veel foto’s gemaakt. We genieten samen een ontbijtje en Henk bewerkt hierna de foto’s. Ik maak ondertussen alles gereed voor vertrek. Om een uur of tien zitten we goed en wel in de cabine en geven we gas richting Kumasi, de na Accra grootste stad van Ghana.

We rijden op een onverharde weg richting Ejura. Onderweg stoppen we. Er staat een vrachtwagen verzakt in de kant met mais. We stappen uit en binden een touw vast aan onze vrachtwagen. Het eerste touw breekt. Henk pakt ons touw en probeert het nogmaals. In een zucht en een wip zijn ze eruit. Alle mannen barsten in juichen uit en er worden veel handen geschud. We worden vriendelijk bedankt en we rijden weer verder. Iris en Roderick waren ook gestopt en dezelfde mannen vragen aan hen geld...

We rijden door een mooi glooiend landschap met hoge bomen over een uitstekende asfalt weg. We hopen in Ejura wat te kunnen eten, maar we rijden om Ejura heen, helaas. Een klein plaatsje verderop stoppen we en Henk en ik eten langs de weg. Het is plakrijst met een hete pindasoep en een stukje vlees. Twee porties voor 1,40 çedi. Dat is dus 70 eurocent voor twee maaltijden. Het is best lekker.

Hierna rijden we door en ik denk dat ik de weg met de gids wel kan vinden naar een guesthouse in Kumasi. Dit blijkt niet het geval te zijn... de stad is een drukte van belang en van overal en nergens komen mensen aan. Tro-tro bussen (gedeelde taxi busjes) gooien hem er zonder pardon voor en wanneer ik de weg vraag, kunnen ze me nog niet duidelijk uitleggen waar ik ben en hoe ik bij het guesthouse moet komen.na nog een keer vragen en nog een keer zijn we er eindelijk. Voor het kamperen met douche en toilet betalen we 4 euro per nacht, is te doen. Ook hebben we alle vier geen zin meer om nog op zoek te gaan naar iets anders.

We gaan zo lekker ergens eten en dan duiken we ons bedje in. Het zal een klamme nacht worden, want de luchtvochtigheid is hier erg hoog...

Kamasi, Ghana

Als je niet zo fit bent, dan kun je beter niet naar de markt gaan hier. De markt is wel 12 hectare groot en het is er gigantisch druk. De markt bij Rotterdam is er niets bij vergeleken. Henk en ik kopen voornamelijk groenten in en wanneer het me na een uur te veel wordt, wil ik eruit. We lopen terug via het fruit en kopen nog wat. Wat de prijzen betreft is het voor ons gevoel niet zo goedkoop hier. Alles is 1 of 2 cedi (delen door twee). Wanneer we terug zijn bij de Daf eten we wat en lopen naar de supermarkt. We kopen pannenkoekenmeel en knaks! Van hieruit eten we nog een lekkere loempia op het terras en genieten van het uitzicht. Je kijkt nl uit over een razend druk kruispunt.

Terug bij de Daf houden we ons gemakje. We gaan lekker vroeg naar bed. De volgende ochtend lopen we nog even de markt over en nemen afscheid van Iris en Roderick. We willen door naar de kust even bijkomen van alles. We vertrekken rond een uur of twaalf en rijden die dag maar 60 kilometer. We vinden een mooie plek om te bushcampen. Op vijf kinderen na zien we gelukkig niemand en Henk en ik genieten van de rust en elkaar. Ook Boor vindt het heerlijk om weer los rond te struinen.

’s Avonds bakken we echte frietjes en genieten met een borreltje van een lekker boek. De volgende ochtend zijn we vroeg op en doen alles op ons gemakje. Om een uur of negen vertrekken we. Onderweg moeten we vijf keer stoppen, want om de één of andere reden staat mijn blaas constant op knappen. De weg die we volgen is slecht. Zeer veel gaten in de weg en hier en daar heel geen asfalt. Het mag de pret niet drukken. Het uitzicht is nl ademloos mooi.

Tussen de middag stoppen we bij een ‘chopbar’ en kunnen we kiezen uit fufu (gekookte yam en dan gestampt tot een soort kleverige massa) of rijst met een ‘soep’met kip (saus, heet hier soep). We kiezen beiden voor de rijst en genieten, het is heerlijk. Hierna rijden we door en geven Boor een natte theedoek op zijn rug. De luchtvochtigheid is hier hoog. De temperatuur is minder, zo’n dertig graden, maar het voelt alsof je toegedekt wordt door een warme deken.

We zijn er bijna, maar missen de afslag... we rijden door Dixcove aan de kust. Een zeer smalle aangelegenheid, maar volgens de lokalen moet het te doen zijn. Dit is het gelukkig ook. Langs de kust wordt land te koop aangeboden en overal zie je tuinen met bananenbomen en palmen. We rijden langs een bordje met ‘Paco’s Taco’s’ er op en besluiten hier zeker eens een hapje te gaan eten. Het volgende pad leidt naar de Green Turtle Lodge. We rijden het pad af en stappen uit. Het is geweldig, mooie ronde hutten aan het strand, een grote bar en leuke zitjes en twee stappen en je staat in zee. We praten met Tom, de eigenaar en we komen tot de conclusie dat we te hoog zijn voor hier. We lopen met een medewerker mee naar de buurman (Patrick van Paco’s Taco’s) en het is geen probleem om hier te kamperen. We hebben ons privé toilet en binnen en buiten douche en staan hier mooi met uitzicht over zee. Die avond eten we bij Patrick een heerlijke taco, maar een beetje weinig en doen een biertje of wat bij de buren. Crispin en Marlene die we ontmoet hebben in Mole national park verblijven hier ook en al gauw zitten we aan de cocktails en kletsen honderduit. Henk en ik genieten intens, van elkaar en van het gezelschap. We liggen die avond niet al te vroeg in bed en slapen slecht, de zee maakt zo’n herrie... (wat een luxe problemen...)

De volgende dag sta ik al om half zeven op, ben klaarwakker, en ik zet koffie, breng Henk een kopje op bed en pers sinaasappeltjes uit. Even later komt Henk ook naar buiten en geniet samen met mij van het uitzicht. Boor is hier ook erg druk, of met de golven, rollen in het zand of achter de hagedissen aan die hij nooit te pakken krijgt. We hebben een heerlijk ontbijtje met crackers en dankzij Frans en Gabrielle een stukje camambert (alsnog bedankt!).

Hierna doe ik een wasje en span een lijntje. Na het tiende stuk, geeft mijn lijn het op en mijn ‘schone’ was belandt in het zand. Ik vloek even en begin maar weer opnieuw. Henk komt helemaal tot rust. Hij leest een boekje (een vreemde eend in Afrika, Ria zijn moeder was het boek aan het lezen toen we vertrokken) en hij ligt in een deuk, het is erg herkenbaar allemaal.
Ik lees ook mijn boekje, totdat er twee jongens langskomen gedag zeggen en gaan zitten in het zand en ons wel een hele tijd observeren, weg rust. We pakken de boel in, doen alles op slot en wandelen naar de buren en bestellen een biertje. We raken weer aan de praat met Crispin en Marlene (uit Londen) en gaan een body board halen en nemen een duik in de zee. Ik ga na vijf minuten even terug, mijn goede bikini aandoen met lange zwembroek. Ik hoop dat die niet na elke golf op mijn enkels hangt... ik weet nl nog voordat we vertrokken, dat we bij een stel vrienden zijn langsgeweest in Amsterdam (Ywan en Andrea) en dat ik vroeg of zij veel kilo’s in een jaar tijd Afrika was verloren, zij niets maar Ywan wel. Ik kan inmiddels zeggen dat ik al aardig wat kwijt ben. In mijn rode bikini ziet het er uit alsof ik verzuip. In mijn blauwe bikini is een minder erg vetrolletje te zien en de lange zwembroek die ik nog van mijn mama heb gekregen voor we vertrokken, zit ook veel te ruim. Eigenlijk wel fijn. Henk is ook veel van zijn reserves kwijt. Ons ‘dieet’is hier ook heel anders. We snoepen nauwelijks, meestal vers fruit en we eten drie maaltijden per dag. Natuurlijk gaat er het nodige bier doorheen, maar omdat we ook lange tijden niets drinken, hebben we minder nodig voor het effect heeft. Tsjonge we en voornamelijk ik word nog eens gezond! Alleen mijn nicotineverslaving houdt nog flink stand. Het kost hier ook drie keer niets. Toch wil ik steeds geen slof kopen, omdat ik dan bang ben dat het eind helemaal zoek is.

Maar goed: na een uur body boarden komt er ineens een zeer dreigende lucht opzetten. Net wanneer we besluiten dat het tijd is om eruit te gaan, komen Klaas, iris en Roderick het strand opgelopen. We begroeten ze hartelijk en ’s avonds eten we gezamenlijk, behalve Iris, want zij is niet lekker. ’s Avonds liggen we vroeg in bed en ’s nachts slaap ik slecht. Henk moet er om de haverklap uit, diarree en om twaalf uur trek ik mijn ‘zak’aan (een slobberjurk uit Mali) en ga met mijn hoofdlampje buiten even lezen. Na een anderhalf uur kruip ik weer in bed en slaap korte stukjes. De volgende morgen ben ik er om half acht uit en laat Henk lekker liggen. Ik zet koffie voor mezelf en doe de laatste was. Hierna neem ik een duik, maar de stroming is zo sterk dat ik met alleen mijn enkels in het water al onderuit wordt getrokken. Boor is mee en houdt ook meer afstand dan gisteren. Hierna is Henk weer een beetje het mannetje en doet wat klein onderhoud aan de Daf. Tijdens het typen van dit berichtje steekt hij met een grote glimlach zijn koppie naar binnen en zegt glunderend:’Maureen, ik kan weer poepies laten!’.

Hans cottage botel, cape coast, Ghana

Vanmorgen staan we om een uurtje of acht op en nemen een geroosterd boterhammetje met ‘la vache qui rit’... We laten de hond even plassen en pakken alles in voor ons tripje naar Kakum National park. We nemen een taxi voor dertig cedi die op ons wacht. Eenmaal bij het park stappen we uit en betalen nog eens 9 cedi per persoon.
We sluiten aan bij een groepje en lopen omhoog naar de touwbruggen. Onderweg erger ik me al meteen aan drie dames die blijkbaar niet begrijpen dat wanneer je hard kakelt, alle dieren foetsie zijn...

Eenmaal bij de touwbruggen aangekomen krijgen we een praatje van de gids en mogen Henk en ik als eerste de brug over. Het is best wel hoog... we gaan over zeven bruggen en zes platforms. We maken wat foto’s en na een uurtje staan we alweer op de grond. We lopen terug en kopen nog een schattig masker bij de souvenirshop. Eenmaal terug stort ik me op Boris. Hij heeft voor het eerst van zijn leven vriendjes: vlooien. Ik kam hem zoals oma altijd deed bij Scooby vroeger en Boor vindt het heerlijk. Ik vang er wel vijf!

Hierna maak ik eiersalade en eten we een lekker crackertje met eiersalade. Ik lees een boekje en Henk zit achter de computer, want we hebben wi-fi!

Vanavond koken we zelf en gaan zo vroeg mogelijk naar bed, in dit benauwde weer, en vertrekken morgen vroeg naar Accra.

Accra, Ghana

We rijden om een uur of negen weg bij hans Cottage Botel vandaan. De weg langs de kust is een goede weg en om twaalf uur staan we in Accra. Ik stuur Henk langs de kust naar Ryan’s irish pub. Dit is de enige plek in Accra waarvan we weten dat je ook kunt kamperen. Wanneer we het personeel vragen wanneer de eigenaar terug is, zeggen ze over twee uur. Zo lang hebben we niet... we vragen het telefoonnummer en bellen. Het moet ons twintig dollar kosten per nacht. We balen hier van en besluiten door te rijden. Dit houdt in dat we dus twee uur rondrijden en tenslotte maar gewoon overal vragen waar we kunnen kamperen. We komen terecht bij het Ghana school food programm. Het duurt hier een eeuwigheid. Eerst moet ik beneden praten met een mannetje met een brilletje. Dan word ik doorgestuurd naar een ‘topman’ op de eerste verdieping. Na een uur wachten, horen we dat het toch niet kan... Bij de buren kan het ook niet. Godzijdank stuurt Darrin dan een sms en zegt dat we bij hem bij zijn monteur kunnen slapen. Joepie! We stappen in de Daf en rijden naar Ian. Eenmaal daar zijn we te hoog voor de ingang. Geen probleem we zetten de Daf net voor de ingang.

Tot onze grote verassing zijn Andrew en Kristina er ook! We besluiten met zijn vijven uit eten te gaan en hierna gaan we zitten op het terrein van Ian en drinken we een borreltje of twee... De volgende morgen pakken Henk en ik een taxi en rijden naar de Benin ambassade. We worden verwelkomd door een soort zwarte GI-JOE/ Rambo figuur.hij stuurt ons door naar het grote gebouw en we worden geholpen. Darrin had gezegd, dat een maandvisa hier 10.000CFA kost. Wanneer we er naar vragen blijkt dit het dubbele te zijn.

We vragen een visa aan voor twee weken. Wanneer dat alles is geregeld gaan we weer naar buiten. De Rambo-man wil 2 cedi per persoon. Henk verklaart hem voor gek, waarom? Om de deur open te doen? We moeten nog een keer terugkomen ook...

We lopen door en nemen een taxi naar de grote ‘shopping-mall’. Meteen bij binnenkomst zien we een nette medische kliniek. We melden ons aan, dit kost dertig cedi en gaan zitten. Na zo’n 15 minuten komt een zuster ons halen en wordt henk gewogen, bloeddruk gemeten en vragen gesteld. Hierna gaan we terug naar de wachtkamer. Na een half uurtje worden we weer geroepen en mogen we naar de dokter zijn kamer. Hij onderzoekt henk, voelt zijn buik en luistert naar de klachten. Hij stelt een bloedtest voor. We gaan terug naar de bali en ‘bestellen’ een bloedtest. Dit kost 17 cedi. Na een tijdje komt er een andere zuster en zij prikt Henk, hij voelde er niets van. Na een half uur hebben we de resultaten. De arts zegt dat alles wel goed zal zijn, dat de malaria vast weg is... Hij opent het dossier en hij trekt een heus bedroefd, geschrokken gezicht: de parasiet zit nog in Henk’s lichaam. We krijgen medicijnen mee, en vitamine pillen. Dit kost ons nog eens 55 cedi. Hierna gaan we naar buiten en nemen een dikke cheeseburger.

Op de parkeerplaats gaat Henk naar de hond en ik pak een taxi en rijd terug naar de ambassade van Benin om de paspoorten op te halen. Ik ben klaar voor rambo...
Zodra ik binnen kom begint hij weer over zijn vier cedi. Ik ben een beetje beu van alles en snauw hem toe dat ik zoveel ambassades heb gezien en nooit heb hoeven betalen voor iemand die de deur open doet! Ik loop door pik de paspoorten op en vertel de man achter de balie van mijn ongenoegen. Hij loopt met me mee naar de ‘poortwachter’ en zet hem op zijn plaats, het is dus niet normaal om te betalen...

Terug in de taxi lig ik helemaal in een deuk. Zodra ik zeg dat ik uit Holland kom, komt de chauffeur met een uitgeprinte foto van een blonde pin-up meid die volgens hem hier heeft gestudeerd en nu terug is in Holland, ja hij heeft veel vrienden in Holland...

Eenmaal terug bij Ian is er een beetje stress. Ian schijnt een heel lastige klant gehad te hebben en is helemaal uit zijn dak gegaan tegen zijn personeel. Hij zit nu in de kroeg. Later die middag rijden Andrew en Kristina hun proefrondje en darrin gaat wat eten in het restaurant om de hoek. Net wanneer we besluiten om hem op te zoeken, komt hij het terrein oplopen. Darrin vertelt dat Ian zo pissig is dat hij alles bij elkaar heeft gevloekt en zich helemaal aan het klemzuipen is.

Die avond liggen we allemaal vroeg in bed. De volgende ochtend is iedereen weer fris en fruitig. We hebben een licht ontbijtje en Ian is ook weer zichzelf. Hij biedt zijn excuses aan aan Darrin en nodigt ons allen uit voor het weekend. Darrin bedankt, maar de rest gaat mee!

We checken de accu’s en maken alles gereed voor vertrek. Ian rijdt met ons mee. Ik zit gezellig met Boor in het midden. Ian zijn huis is in de bergen. Voordat we er heen gaan, stoppen we eerst bij de shopping mall om inkopen te doen. We kopen van alles... Van hieruit rijden we door zijn huis. Het is een mooi optrekje. Met een bijgebouw met een bubbelbad en wel 4 wc’s in het gebouw... We krijgen een snelle rondleiding en moeten het voor de rest maar lekker zelf uitzoeken. Ian is een echte gastheer. Hij komt oorspronkelijk uit Engeland, maar woont hier al zo’n dertig jaar. Hij is een fervent drinker, maar hij heeft zeer veel humor. Die avond vermaken we ons met een potje uno en iets te veel drankjes...

De volgende dag beginnen kristina en ik na een mega Engels ontbijt aan de was. We beginnen om tien uur en na vijf uur handwassen zijn we eindelijk klaar... Alles is gewassen: joehoe!!! Hierna belt ian een Hollander, Henk van om de hoek om te vragen voor ons naar een nieuwe regelaar voor het zonnepaneel. Mijn Henk gaat op pad en ondertussen neemt de rest een duik in het bubbelbad. Henk komt terug met een grote smile op zijn gezicht, het is gelukt! Hij installeert meteen zijn regelaar en nu afwachten...

De volgende dag meten we de spanning en hij laadt godzijdank weer goed bij. De ochtend vermaken we ons met lekker kletsen en hangen. ’s Middags kijken we voetbal: Ghana- Angola en Ghana wint met 1-0! Hierna maak ik mijn haar nat en Henk knipt het voor het eerst. Het voelt heerlijk aan! ’s Avonds hebben we spaghetti en al gauw vallen we allemaal in slaap. Morgen gaan we terug naar Accra voor de laatste bloedtest en dan kunnen we hopelijk door naar Togo, anders moeten we ons visa van Ghana verlengen... we zien wel

Accra, Ghana

onze laatste nacht spenderen we bij Ian zijn bedrijf, maar voordat we daar aan toe zijn, pakken we alles in en na een heerlijk pannenkoekenontbijt van Ian, klimt Kristina bij ons in de Daf en gaan we naar Accra shopping mall. Andrew en Ian gaan naar de werkplaats kijken hoe het met de auto is.

Eenmaal bij Accra mall zien we de’kiwi’ auto van Darrin al staan. Zodra we de mall inlopen zien we hem naderen en roepen Kiwi, Kiwi, maar meneer heeft een oorontsteking en is zo doof als een kwartel. Na tien passen ziet hij ons en krijgen we een lekker ‘hug’... we lopen met zijn vieren naar de kliniek waar na een half uur helaas nog blijkt dat er nog wat van de malaria in Henk zijn bloed zit, maar het is zeer gering. We weten even niet wat te doen, visa verlengen of door? We besluiten het er maar eens over te hebben met een lekkere cheeseburger. Hierna doen we nog inkopen en rijden we terug naar ian’s werkplaats. Hier ontmoeten we nog vier Zuid Afrikanen met twee toyota’s die volgens mij precies weten wat zewillen, en hoe krijgen die dames het voor elkaar er zo netjes uit te zien? Dit vragen Kristina en ik ons af...

’s avonds is Kristina de auto zo zat, dat ze het protier een schop geeft en ja... de ruit breekt. Ze zitten nog een dag vast in Accra. Wij besluiten na een veel te warme nacht toch door te rijden naar Togo. We bedanken Ian nadrukkelijk (met een fles gin...) en rijden weg...

 


Bekijk foto's van Ghana >